Bij de theFactor.e zijn we heel enthousiast over scrum.
Omdat scrum complex kan overkomen en nogal wat specifieke termen kent leggen we in dit artikel uit wat die verschillende begrippen precies inhouden. Zodat je in onze volgende artikelen niet struikelt over al die jargon.

Scrum

Scrum is een projectaanpak waarbij een vast team samen met de opdrachtgever in periodes van twee tot drie weken (sprints) werkt aan de – op dat moment – belangrijkste onderdelen van het product. Doelstellingen van scrum zijn :

  • In korte sprints snel werkende producten opleveren, waardoor snel duidelijk wordt of men goed bezig is. Dit beperkt de risico’s van langdurige projecten waarin gebruikers of klanten soms pas na een jaar het resultaat kunnen zien en uitproberen.
  • Snel duidelijkheid over de voortgang.
  • Korte lijnen, snelle communicatie, teamwerk.
  • Grotere betrokkenheid teamleden, concentratie op overzichtelijk deel van project

—- B —-

Backlog

Een lijst van user stories (een soort eisen en wensen (requirements)). Deze user-stories staan op een lijst, de product backlog. De product backlog is door de product-owner gesorteerd op business value (waarde). De belangrijkste user stories staan bovenaan. Per sprint wordt bepaald welke user stories opgepakt worden, deze komen op de sprintbacklog.

Backlog Refinement

Het verduidelijken, verbeteren, prioriteren en inschatten van de backlog door het team. Zo weet het team wat er moet gebeuren en de product owner heeft een indicatie van de hoeveelheid werk zodat hij kan kiezen welke user stories mee moeten naar de volgende sprint.

Burn-down chart

Een grafiek die de dagelijkse voortgang van de sprint laat zien. De grafiek maakt inzichtelijk hoeveel dagen er binnen de sprint zijn en hoeveel storypoints er gerealiseerd moeten worden. De grafiek wordt dagelijks bijgewerkt en geeft een goed inzicht in de voortgang van de sprint.

—- D —-

Daily scrum (stand up)

Een update van maximaal 15 minuten waarbij het hele team aanwezig is. Ieder teamlid beantwoordt de drie vragen : wat heb je gedaan, wat ga je doen en waar loop je tegenaan?

Definition of Done

In de “Definition of done” staat wat er is afgesproken over hoe men een product oplevert (acceptatiecriteria). Eisen over documentatie (Engelstalig), testen (getest door gebruikers en de afdeling beheer, met welke apparaten en webbrowsers), locatie (op de acceptatieomgeving) etc.

—- I —-

Increment

Het product dat het scrum team aan het einde van een sprint oplevert.

—- M —-

Multidisciplinair team

Een team samengesteld uit alle expertises die nodig zijn om een goed product te ontwikkelen.

—- P —-

Pokerplanning

Een methode waarbij het team een relatieve inschatting maakt over de hoeveelheid werk van de onderdelen op de backlog.

Product Owner

De persoon, meestal vanuit de opdrachtgever, die de belangen van alle stakeholders vertegenwoordigd. Hij of zij is beheerder van de backlog en beslist welke stories in welke sprint worden opgepakt. De productower is een beslisser met voldoende mandaat.

—- R —-

Retrospective

De retrospective is een tussentijdse evaluatie waarbij met hele team samen wordt terug gekeken op de sprint. Doel is dat de samenwerking en het product steeds verder verbetert en dat het team steeds sneller en efficiënter worden in de sprints.

Review

Een meeting aan het einde van de sprint, waarbij het resultaat van het werk door het team wordt gepresenteerd aan de product owner en stakeholders.

Requirements

Alle eisen en wensen die een klant stelt aan het product, deze worden beschreven in user stories.

—- S —-

Scrummaster

De scrummaster is verantwoordelijk voor het scrumproces. De scrummaster zorgt er (samen met het team) voor dat het scrumproces goed loopt en we (klant en theFactor.e) maximaal profiteren van de voordelen van scrum. De belangrijkste taken van de scrummaster zijn :

  • De Scrum Events (Sprint Planning, Daily Scrum, Sprint Review, Sprint Retrospective) organiseren en faciliteren
  • De timeboxed Events bewaken (zorgdragen voor effectieve Scrum meetings)
  • Wegnemen van belemmeringen waardoor teamleden niet goed kunnen werken
  • Het toetsen bij het team of de stories voorafgaand aan een sprint helder genoeg zijn
  • Het creëren en uitdragen van een cultuur binnen teams waarbij optimaal wordt samen gewerkt, er feedback wordt gegeven aan elkaar en waarbij er van elkaar wordt geleerd

Scrumboard

Bord waar alle items (User Stories) hangen van huidige sprint. De taken op het bord zijn verdeeld over 3 kolommen: To Do, In Progress en Test.

Scrumteam

Een multidisciplinair en zelfsturend team.

Sprints

Een van te voren bepaalde periodes (twee tot maximaal drie weken) waarbinnen het team een vooraf geselecteerde hoeveelheid werk op pakt wat helemaal afgemaakt wordt: een stukje werkende product.

Sprintplanning

Een gezamenlijk overleg aan het begin van de sprint waarbij het team samen met de product owner bepaalt wat er deze sprint gedaan wordt: de product owner bepaald wat belangrijk is. Het team bepaald hoeveel ze daarvan in een sprint kunnen oppakken.

Story points

—- U —-

User Stories

De omschrijving die vertelt wat en waarom de klant dit onderdeel wil hebben: ‘Als (gebruiker), wil ik (functionaliteit), zodat ik (reden waarom/achterliggende behoefte).’

—- V —-

Velocity

Is de snelheid van het scrumteam (storypoints gedeeld door uren). Het team schat per sprint in hoeveel storypoints er binnen de beschikbare uren opgepakt kunnen worden. Dit is de geprognotiseerde velocity, na afloop van de sprint kan de gerealiseerde velocity bepaald worden. Met behulp van de velocity kan een prognose gemaakt worden voor toekomstige sprints.

Door dit proces met z’n allen te doorlopen leer je heel veel van elkaar. Alle disciplines vertegenwoordigd, maar ook alle persoonlijkheidstypes aanwezig. De dromer, de zuchter, de optimist en doorpakker en de analyticus hebben allemaal hetzelfde doel, maar niet per se dezelfde route. En af en toe eens een andere route te bewandelen, is leerzaam.