In de Wildervanckhal aan de Woortmanslaan in Veendam werd nooit rugby gespeeld. Scrummen stond niet in het woordenboek. Engels kreeg je in die tijd trouwens pas vanaf groep 7 van de basisschool. De meeste Engelse begrippen leerde je buiten school.

Hoewel er geen rugbyveld in de verre omtrek was te bekennen, werd er wel een atletiekbaan ontwikkeld in Veendam. Weer of geen weer: sprinten en hardlopen kon altijd op deze nieuwe baan. Soms gingen we met het team 4x sprinten. Een estafette. Had iemand in de tweede sprint minder snel gelopen, omdat er een obstakel op de baan lag, dan kregen de andere lopers minder punten. Tenzij de looptijd werd verbeterd in sprint 3 of 4. Een honderdste seconde verschil zoals 0,1 en 0,09 kon het verschil zijn tussen goud of zilver.

Een sprint van 80 meter was altijd een zenuwslopend spektakel. Goede voorbereiding was het halve werk. Soms won iemand met de beste spikes onder de zolen. Een estafette was anders. Een échte teampresentatie. Voor ieder team een flinke oplevering. Als de laatste loper over de streep kwam, bepaalde dát het teamresultaat.

Opgebrand

Mijn persoonlijke kracht lag in de duurloop. Niet om iets te kort te doen aan de mentale strijd van het sprinten. Maar de echte mind battles werden gestreden tijdens de lange afstanden. Vooral de vijf kilometer liep ik vaak. Verzuring in de benen en het aanhoudende gevoel dat zegt: stoppen!
De crossloop was wel de meest complexe race. Die vroeg om een langere voorbereiding. Het gevarieerde landschap werd verkend. Alle externe factoren werden geanalyseerd en besproken. Het unieke van een crossloop is dat de ondergrond iedere keer verschillend is. Van zand, gras, modder tot beton en asfalt. Tijdens het oefenen werd de inschatting gelogd om het terug te kunnen lezen voor de echte loop. Hoe dichter bij die dag kwam, hoe preciezer de inschatting van elk detail van de race moest zijn.

Door de nodige hoogteverschillen raakten veel lopers opgebrand. Een snelle verbranding van je bronnen kon je aan het einde van de loop duur komen te staan. Eén loop in Borgerswold kan ik me nog goed herinneren. Ik verstapte me per ongeluk op ongelijkmatige grond. Mijn voet voelde ik wegglijden. Had ik maar spikes, de kleine spijkertjes onder de sportschoen. Spikes zijn verboden vanwege het harde asfalt. Tijdens dit gedeelte van de race hadden de spikes me juist meer grip gegeven. Te laat. Een misstap en snel de race vervolgen. Je moet het doen met de middelen die je hebt. Ondertussen druk je het gevoel weg dat je het nu helemaal niet zult halen. Je moet door, dat was de gegeven opdracht immers. Ook tijdens de loop moet je je blijven ontwikkelen. Opgeven is niet te accepteren. Het is als een test doorstaan. Je bent volop in productie, op weg naar de mogelijkheid om live te kunnen gaan. Rond de 20 minuten was de eindtijd bij het passeren van de streep. Dat kan ik me na al die jaren nog herinneren. Net als het gejuich, de pijn en het bezwete voorhoofd. Kon iedereen maar meekijken. In die tijd was er geen Skype. Het maakte voor mij de overwinning er niet minder op.

Verbaasd

Atletiek is zo anders dan rugby. Toch kun je ook prima scrummen met atletiek als achtergrond. Denk je van niet? Ga maar eens sprinten of hardlopen. Je zult verbaasd staan… De meeste waarde komt uit de praktijk. Niemand wordt als product owner geboren, wel gemaakt.