300 acts uit Europa, 3200 professionals uit de muziekwereld, ruim 30.000 bezoekers. Eurosonic Noorderslag maakt Groningen voor een paar dagen de muziekhoofdstad van Europa. ‘Online’ is essentieel voor de informatievoorziening en de marketing van het evenement.

Eurosonic Noorderslag wint elk jaar aan bekendheid. Het festival in Groningen lijkt ook steeds drukker te worden. Dat is niet zo, zegt marketingmanager Marije Jansen. ‘We hebben ongeveer veertig zalen in de stad, dus veel groeien kunnen we niet. Niet meer sinds we een paar jaar geleden begonnen met Eurosonic Air, het gratis muziekevenement op de Grote Markt.’

Erg is dat niet. Integendeel. ‘De intimiteit van het festival en van Groningen is een groot deel van het succes. Deze stad heeft de meeste poppodia per vierkante meter van Nederland. Dat wordt erg gewaardeerd. De afstand tussen de optredens is lopend te doen. Wij horen uit de industrie dat dat erg gewaardeerd wordt. Voor de professionals is Eurosonic een soort Nieuwjaarsborrel. Ze komen hun internationale collega’s hier tegen.’

Wat doet een marketingmanager eigenlijk?

‘Het doel van de stichting Noorderslag is om de circulatie van Europese muziek te bevorderen. Vanuit die gedachte werken we. Over de hele wereld luisteren mensen vooral naar Amerikaanse en Britse muziek, en naar muziek in hun eigen taal. Maar Europa heeft op muziekgebied veel meer te bieden. Die muziek van buiten de landsgrenzen proberen wij hoorbaar te maken.’

Marije Jansen is verantwoordelijk voor alle marketing rond het showcasefestival Eurosonic Noorderslag, de muziekconferentie die erbij hoort en de European Border Breakers Award, EBBA. Die laatste organiseert stichting Noorderslag sinds 2009 in opdracht van de Europese Commissie. Het is een prijs voor tien aanstormende Europese acts, die het afgelopen jaar buiten de eigen landsgrenzen succes hadden.

Eurosonic Noorderslag geniet grote bekendheid, ook in het buitenland. Op het gebied van marketing moet er iets heel goed gedaan zijn. Marije Jansen: ‘We werken met een heel team van freelance marketingmensen. Onze belangrijkste taak zo’n beetje is wel het faciliteren van de media. We maken bijvoorbeeld filmpjes, televisie, schrijven content en maken foto’s. Dat leveren wij zo hapklaar mogelijk aan de media. We merken steeds meer dat mediabedrijven steeds minder tijd en geld hebben. Door ze zo veel mogelijk van dienst te zijn, lukt het om toch geplaatst te worden.’

Een goede website is daarbij essentieel.

‘Alles online eigenlijk. Ook sociale media zijn bijvoorbeeld heel belangrijk. De online communicatie heeft het de afgelopen jaren overgenomen van de offline. Dat doen we nog wel een beetje, zoals in de vorm van een programmagids, maar niet veel meer. Via alle kanalen sturen we bezoekers, muzikanten en producers naar onze website. Daar staat veel op van wat ze willen weten.’

Dit jaar is de website geheel vernieuwd. Net als die van EBBA. ‘Dat heeft altijd veel voeten in de aarde. Wij hebben in de lente ons wensenlijstje neergelegd bij theFactor.e, waarmee we een sponsordeal hebben. Die samenwerking bestaat al jaren, en is erg vruchtbaar. In overleg met de ontwerpers en ontwikkelaars van theFactor.e zijn we gekomen tot de nieuwe site, waar we erg tevreden mee zijn. Wij vergissen ons soms in hoe ingewikkeld het is om er dingen in te bouwen die bijvoorbeeld al onze content aan kan. Omdat we elkaar intussen goed kennen, komt het toch altijd goed.’

De grote hoeveelheid content die de website nu aankan, is een van de grote verschillen met de vorige. Net als de site die nu ‘responsive’ is. Op elk apparaat ziet de site er even goed uit.